Voor NRC besprak ik het boek Twee Koreanen: Achter de verborgen wereld van Noord- en Zuid-Korea van Jihyun Park en Seh-Lynn Chai, dat recent in het Nederlands uitkwam. Ik interviewde Park vorig jaar voor NRC. Lees hier de recensie van het boek:
Het leek in 1998 een gouden kans voor de toen 29-jarige Jihyun Park om niet alleen de brute dictatuur in Noord-Korea te ontvluchten, maar ook de destijds woedende hongersnood die aan meer dan een miljoen mensen het leven zou kosten. Een mensensmokkelaar beloofde haar en haar broer naar China te brengen, waar ze een baan kon krijgen en genoeg te eten was. Haar moeder, die eerder was gevlucht, was er al en wachtte op hen.
Alleen: er was geen baan. Park werd wel naar haar moeder gebracht, maar zij bleek haar voor 5.000 Chinese yuan te hebben verkocht aan een Chinese man op het platteland. Vanwege de eenkindpolitiek kent China een groot tekort aan vrouwen en het komt geregeld voor dat Noord-Koreaanse vrouwen als bruid of seksslavin aan mannen verkocht worden. Park kwam terecht bij een werkloze alcoholist die haar geregeld sloeg en een kind, Chul, bij haar verwekte. Uiteindelijk werd ze na vijf jaar gepakt en teruggestuurd naar Noord-Korea – zonder Chul – waar ze in een strafkamp belandde.
In Twee Koreanen, waarin Park haar verhaal doet met hulp van de Zuid-Koreaanse auteur Seh-Lynn Chai, rijgen de ongelofelijke en vreselijke gebeurtenissen in Noord-Korea en China, die een bijna bovenmenselijke veerkracht vergen, zich aaneen. De mensenrechtenschendingen in Noord-Korea zijn zo ernstig dat Amnesty International jaren geleden stelde dat „zij eigenlijk een categorie op zichzelf vormen”. Park blijven deze gruwelen niet bespaard: ze wordt zowel geestelijk als fysiek mishandeld en ze verliest na haar tijd in het strafkamp bijna één van haar benen aan gangreen door langdurige dwangarbeid.
Het boek biedt meer dan de gevolgen van de Noord-Koreaanse repressie door de ogen van één dapper individu. In Noord-Korea wonen 25 miljoen burgers die hoofdzakelijk bezig zijn met hun werk, een partner vinden en een gezin stichten – net zoals overal ter wereld. Tegelijkertijd wordt het land geregeerd door een dynastie die de meest waanzinnige regels en gebruiken loslaat op deze bevolking. De interessantste stukken in Twee Koreanen laten precies de spanning tussen deze twee realiteiten zien.
Zo valt op dat Parks familie verspreid over verschillende regio’s in het land leeft, terwijl burgers zelfs voor een reis naar een andere provincie een vergunning nodig hebben.
Dit blijkt geen toeval, zo legt een oom aan Park uit: „Hoe meer een familie verdeeld is, hoe minder ze verenigd is. De Staat wordt je nieuwe familie, die vervangt je familie.” Over die familie wordt overigens nog meer verteld, ondermeer de waanzinnige anekdote over Parks zusje die probeert te leren programmeren zonder computer, iets waar ik graag meer over had gelezen.
Een groot deel van Parks boek speelt zich af tijdens de hongersnoodjaren (1994-1998), in Noord-Korea de Zware Mars genoemd. Ze beschrijft op aangrijpende wijze hoe ze als basisschoollerares meemaakt dat kinderen uit haar klas ‘verdwijnen’ of zo zwak en uitgehongerd op komen dagen dat van onderwijs volgen geen sprake kan zijn. In Noord-Korea sterft echter niemand van de honger – op papier dan – en werd in de jaren negentig van ‘de ziekte’ gesproken. Wanneer Parks oom overlijdt tijdens de hongersnood zeggen de familieleden tegen buurtgenoten „dat hij op latere leeftijd de mazelen had gekregen – je stierf immers niet van honger in een socialistisch land.”
Het is bijzonder jammer dat de vertaling van het boek vaak niet lekker loopt, met veel anglicismen, tegenwoordige en verleden tijd door elkaar en krom lopende zinnen. Op de voorkant is zelfs vergeten het woord ‘and’ tussen de twee auteursnamen te vertalen naar ‘en’ – hoe dan? Wie dat door de vingers kan zien en ook de auteurs het wat afgeraffelde einde kan vergeven leest zo, in dit prachtig omschreven relaas, hoe een vrouw met zowel de verschrikkingen als de alledaagsheden in Noord-Korea omgaat – en hier uiteindelijk aan weet te ontsnappen. Waar verhalen over het privéleven van Kim Jong-un en zijn voorgangers altijd veel lezers weten te trekken, is het te hopen dat in de nabije toekomst minstens evenveel aandacht kan uitgaan naar schrijvers als Jihyun Park.
Voor NRC interviewde ik de Noord-Koreaanse vluchteling, mensenrechtenactivist en aspirant-politicus Jihyun Park. Komende donderdag hoopt ze bij de regionale verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk gekozen te worden als ‘councillor’.
„We moesten vaak wel achttien uur per dag onder dwang werken in de landbouw, met weinig slaap en eten. We hadden niet eens schoenen!” vertelt Jihyun Park (56) over haar tijd in een Noord-Koreaans strafkamp. Daar belandde ze in 2004 nadat ze naar haar geboorteland was teruggestuurd vanuit China. „We werden toegeschreeuwd en geslagen. Ons leven was slechter dan dat van een dier.”
Precies twintig jaar later vertelt Park vanuit Bury, een voorstad van Manchester, over haar politieke campagne. Op 2 mei hoopt ze bij de regionale Britse verkiezingen gekozen te worden als ‘councillor’, een soort raadslid, voor de gemeente Bury East. Als dit haar lukt, wordt ze de eerste Noord-Koreaanse vluchteling die buiten Zuid-Korea tot een politiek ambt is verkozen. Ze is kandidaat namens de Conservatieve Partij, waarvan ze in 2017 lid werd na het Brexit-referendum.
„Noord-Korea is echt de hel. Er is daar een culturele genocide gaande: alle échte informatie en taal moeten wijken voor hun propaganda, alle menselijke taal wordt gesmoord ten koste van de politieke taal van het regime”, zegt Park ernstig. „Na zestien jaar in het Verenigd Koninkrijk kan ik wel zeggen dat het hier de hemel is. Hier kan ik voor het eerst vrij spreken. Hier heb ik voor het eerst echt geluk ervaren.”
Het kostte Jihyun Park tien jaar om van Noord-Korea naar het Verenigd Koninkrijk te komen. In 1998 stak ze met een aantal familieleden de grens over naar China. Kort ervoor was haar oom in Parks bijzijn aan de honger gestorven. In de jaren negentig kostte een hongersnood het leven aan honderdduizenden Noord-Koreanen, sommige schattingen gaan zelfs uit van meer dan een miljoen doden.
„Vrijheid speelde toen geen enkele rol in onze vlucht”, zei Park. „We wisten niets over vrijheid, ook niets over China trouwens. Dat was zogenaamd ook een communistisch land, maar het was totaal anders. Mensen aten rijst, eieren en varkensvlees op normale dagen.” In Noord-Korea zouden dat ongekende luxes zijn. „Aan de andere kant van de grens stierven mensen van de honger.”
Mensensmokkelaar
De vreugde was voor korte duur. Park werd door een mensensmokkelaar als bruid verkocht aan een Chinese man, een praktijk die veel voorkomt in China. In veel regio’s is een tekort aan vrouwen, vanwege de eenkindpolitiek die decennialang zorgde voor een voorkeur voor de geboorte van jongetjes. „Mensen die andere mensen verkopen, ik kan nog steeds woest worden van het idee alleen al”, zegt Park met vuur in haar stem.
Voor haar was het niet alleen een idee. Vijf jaar lang was ze het eigendom van een Chinese man, die niet alleen losse handjes had, maar ook weigerde te werken en een gok- en drankprobleem had. De moeder van de man had zelfs het lef om bij Park in te wrijven dat ze „zo veel geld had gekost”, waardoor ze ook nog onbetaald aan het werk werd gezet. De man had seks met Park wanneer hij daar zin in had, zijzelf had daar niets over te zeggen. In 1999 werd haar zoontje Chol geboren.
„Toen mijn zoon geboren werd, kreeg hij geen identiteitsbewijs, hij was staatloos”, vertelt Park. Zoals Chol zijn er veel kinderen in China. „Het is ook een duistere communistische plek. Ze werken samen met Noord-Korea en sturen mensen terug daarheen, naar de hel.”
Dat laatste overkwam Park ook. Ze werd opgepakt in China en zonder haar zoon teruggestuurd naar Noord-Korea. Ze verrichte een paar maanden dwangarbeid, maar werd het strafkamp uitgezet toen ze gangreen in haar been ontwikkelde – mogelijk vanwege de zware arbeid op het land op blote voeten. De kampleiders wilden niet nog een dode ingezetene op hun naam hebben, dus ze werd vrijgelaten. Er werd haar op sardonische wijze te kennen gegeven dat ze buiten de kampmuren alsnog snel zou sterven.
Haar gangreen bleek haar redding. Park herstelde met de hulp van een dorpsarts en vluchtte opnieuw de grens over. Daar wist ze haar zoon te vinden. „Hij was zo smerig, als een zwerfkind”, herinnert ze zich. Ze probeerde de grens met Mongolië over te steken met een groep andere vluchtelingen, maar raakte verdwaald in de Gobi-woestijn en moest terugkeren. Iets moois hield ze wel aan de hachelijke reis over: „Daar heb ik mijn latere echtgenoot Kwanghyun ontmoet.” Ze wonen nu samen in Bury met hun drie kinderen. In 2022 publiceerde ze een boek over haar vlucht: The Hard Road Out. One Woman’s Escape from North Korea.
Bevoorrecht
Terug in China ontmoetten de twee een Koreaans-Amerikaanse dominee, die hen via de Verenigde Naties („had ik nog nooit van gehoord”) de kans bood naar een ander land te vluchten.
De meeste Noord-Koreanen vluchten naar Zuid-Korea, maar Park kiest voor Engeland. „Ik dacht: mochten we teruggestuurd worden naar Noord-Korea, is de kans op zware straffen lager dan als we naar de Verenigde Staten of Zuid-Korea waren gevlucht”, zegt ze, al is ze sindsdien teruggekomen op die inschatting. „Ik denk dat we hoe dan ook zwaar gestraft waren.”
Herhaaldelijk merkt Park op hoe goed ze het heeft in het Verenigd Koninkrijk, maar dat ging niet vanzelf. Toen Park in 2008 in het land arriveerde, sprak ze geen woord Engels. Sterker nog, ze wist niet eens wat het Verenigd Koninkrijk of Groot-Brittannië betekende.
De taal leren was de eerste jaren het grootste obstakel. „Maar we zagen dat onze buren en winkelpersoneel heel vriendelijk en beleefd tegen ons waren, ons altijd begroetten”, zei Park, wat onvergelijkbaar was met Noord-Korea of China. „Daarom bleven we positief en gaven we niet op.”
Inmiddels werkt ze fulltime als mensenrechtenactivist voor Noord-Korea. Ook hielp ze de afgelopen tien jaar andere Noord-Koreanen met de Engelse taal en de integratie in de Britse samenleving. Er leven naar schatting zeshonderd Noord-Koreaanse vluchtelingen in het Verenigd Koninkrijk, hun kinderen meegeteld. In 2014 was ze een van de getuigen voor de Onderzoekscommissie van de Verenigde Naties die systematische mensenrechtenschendingen in Noord-Korea onderzocht. Dat rapport vestigde destijds wereldwijd de aandacht op de grootschalige Noord-Koreaanse mensenrechtenschendingen, die zó ernstig zijn dat ze volgens Amnesty International ,,een categorie op zichzelf” vormen.
,,We zijn nu tien jaar verder en het is tijd voor een nieuw rapport”, vindt Park. Ze wil dat er meer aandacht komt voor Noord-Koreanen die als dwangarbeiders naar het buitenland worden gestuurd. ,,Dat is ook moderne slavernij”, zo noemt ze een van de thema’s die haar het meest aan het hart gaan. Ook noemt ze kinderarbeid. ,,Vanaf hun negende worden kinderen in Noord-Korea na schooltijd op allerlei plekken aan het werk gezet”, aldus Park. Ze merkt verder op dat de dienstplicht voor jongens in Noord-Korea begint vanaf hun zeventiende. ,,Dat zijn dus eigenlijk kindsoldaten.”
Met name de verkoop van Noord-Koreaanse vrouwen en meisjes in China verdient wat Park betreft veel meer aandacht. ,,Wat ik 25 jaar geleden heb meegemaakt, is nog steeds gaande en overkomt tal van vrouwen en meisjes”, zegt ze. ,,Veel mensen in het Westen weten hier niets over, daarom blijf ik mij uitspreken.”
Met haar activisme hoopt Park vooral de levens van de circa 25 miljoen Noord-Koreanen te verbeteren die niet Kim Jong-un heten. „Het leven daar is nooit verbeterd voor de burgers”, zegt ze. „Ik identificeer me nog steeds als Koreaan. Een deel van mij is nog daar, een ander deel hier in het vrije Westen.” Ze hoopt nog mee te maken dat Kim Jong-un en zijn regime zich moeten verantwoorden voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Ze richt zich echter ook nadrukkelijk op burgers in westerse democratieën. „De vrijheid die we hier hebben is niet vanzelfsprekend, die moet je beschermen”, zegt ze. „Als mensen niet eens gaan stemmen, denk ik wel eens: weet je wel hoe bevoorrecht je bent om überhaupt te mogen stemmen?”
Een vrouwelijke premier
Jihyun Park werd in 2017 lid van de Conservatieve Partij, uit bewondering voor Theresa May. „Een vrouwelijke premier, dat vond ik bijzonder”, vertelt ze. „Ik steun ook de conservatieve normen en waarden en zet me daar graag voor in.” Kritiek heeft ze uiteraard ook gehad. Mensen zeiden zelfs dat ze niet snapten dat ze als vluchteling uit een dictatuur lid werd van een ‘autoritaire’ partij.
„Als ik dat hoor, leg ik even haarfijn uit wat leven onder totalitarisme écht inhoudt”, aldus Park. „De Conservatieve Partij, maar ook andere partijen, zetten zich allemaal in voor de Britse burgers, voor de mensen. Dat bestaat in Noord-Korea helemaal niet: daar denkt de overheid alleen maar aan de familie Kim.”
Ook op de Brexit is ze trots, ze steunt die nog steeds. ,,Het is niet echt te vergelijken, maar het deed me denken aan hoe in Noord-Korea je zelf niet bepaalt wat je in je huis doet”, zegt ze daarover. Dat het economisch negatieve gevolgen heeft voor het Verenigd Koninkrijk is voor haar niet het belangrijkste. ,,Het gaat om vrijheid – en vrijheid is niet gratis en niet eenvoudig. Dat komt ook met verantwoordelijkheid”, zegt Park ferm. ,,Ik ben trots dat we de Europese Unie hebben verlaten.”
Na haar lidmaatschap had ze niet meteen het idee om zich verkiesbaar te stellen. ,,Ik ben hier als asielzoeker gekomen, ik wist niet of dat zou worden geaccepteerd”, zegt Park. ,,Vaak hebben mensen het over discriminatie, maar ik ervoer alleen maar steun.” Ze noemt het Noord-Koreaanse songbun-systeem, dat burgers in bepaalde kasten indeelt op basis van hun vermeende loyaliteit. ,,Dat bepaalt daar al je kansen, maar hier in het Verenigd Koninkrijk maakt je achtergrond niet uit.”
De coronapandemie, die hard toesloeg in het Verenigd Koninkrijk, wakkerde haar burgerzin aan. „Mensen zaten eenzaam thuis, terwijl hun familieleden stierven”, herinnert ze zich. „Ik weet nog hoe in de jaren negentig veel mensen in Noord-Korea omkwamen tijdens de hongersnood. Dat is misschien niet hetzelfde, maar met dat gevoel wilde ik me alsnog inzetten.” Ze verzamelde mondkapjes voor verpleeghuizen en wijkbewoners. „De mensen hier hebben me zo geholpen, ik wil wat terugdoen”, zegt Park. „Dat is ook waarom ik de politiek in ben gegaan.”
In 2021 deed ze voor het eerst een gooi naar een positie als raadslid, de twee jaren erop probeerde ze het opnieuw. „Ik ben drie keer niet gekozen, maar ik heb geen spijt”, lacht Park. „Voor mij voelde het als een overwinning om steeds weer mee te doen. Iedere keer leerde ik nieuwe vaardigheden.” De gemeente Bury East stemt traditioneel met een flinke meerderheid voor de Labour-partij.
Vuilnis
Een duidelijk programma heeft ze niet. „Ik zie de functie van raadslid als een soort lokale leider in mijn omgeving”, legt Park uit. Daarom luistert ze vooral naar wat de wensen en klachten van haar buurtgenoten zijn, om op basis daarvan aan de slag te gaan. „Er zijn hier veel scholen, dus ik wil kijken naar het onderwijs in de regio”, zegt ze. Op veel plekken schijnt het vuilnis niet altijd te worden opgehaald. „En je weet: Britten zijn er gek op om ieder weekend in parken en de natuur door te brengen.” Daarom verzet ze zich tegen plannen om appartementen te bouwen in een groengebied. „Ik snap dat woningen nodig zijn, maar daarmee ontnemen we mensen hun mooie momenten.”
Bijzonder vindt ze het ook de vierde keer nog steeds. „Ik ben geboren in Noord-Korea en leefde jarenlang in China, daar interesseert het niemand wat ik denk of vind. Hier in het Verenigd Koninkrijk kan ik me verkiesbaar stellen en wensen mensen me geluk op straat.”
Parks oudste zoon Chol is inmiddels 25, haar jongste is elf. Ze steunen haar politieke ambities allebei. „In dit land wordt de politiek geplaagd door veel schandalen”, zegt Park. „Ik heb mijn kinderen gezegd dat ik niet op zoek ben naar geld of rijkdom. Het gaat mij om jullie vrijheid, jullie toekomst en die van jullie kinderen. Die wil ik helpen beter te maken.”
Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 30 april in NRC.