75 jaar Koreaanse opsplitsing: Hoe Noord- en Zuid-Korea uit elkaar dreven

Vandaag is het exact 75 jaar geleden dat Noord- en Zuid-Korea in twee landen werden opgedeeld. De opsplitsing was bedoeld voor maximaal vijf jaar, maar duurt driekwart eeuw later nog altijd voort. Wat heeft dit voor gevolgen gehad voor de bevolking en waardoor vond er nooit hereniging plaats? Lees hierover mijn artikel in Trouw:

Hoe Noord- en Zuid-Korea uit elkaar dreven

Foltering en honger in kampen Noord-Korea

Noord-Koreaanse vrouwen die tijdens een verblijf in China worden opgepakt en teruggestuurd, worden in detentiecentra in hun moederland fysiek en geestelijk mishandeld. Dat staat in een rapport van het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, waarvoor met meer dan 100 vrouwen werd gesproken. De slachtoffers kregen onder meer te maken met fysiek geweld, foltering, belediging, onnodige visitatie, verkrachting, ondervoeding, dwangarbeid en gedwongen abortus.

Lees hier mijn artikel

Interview Nederlandse Korea-veteraan Klaas Schuitemaker (92). ‘Eén meter hoger en Korea was ook voor mij het einde geweest’

Klaas Schuitemaker ging in 1952 als vrijwilliger naar Korea. Hij hoopte dezelfde sfeer te vinden als eerder in Indië, maar belandde in „een brute, harde oorlog”.

In de lente van 1952 meldde Klaas Schuitemaker zich als vrijwilliger voor de eerste gewapende strijd in de Koude Oorlog. Wat telde, vertelt de 92-jarige veteraan, is dat we tegen het communisme gingen vechten. Wat ook hielp: er was weinig werk. En het werk dát hij deed – in de melkfabriek – was buffelen voor weinig geld. Zes dagen per week, vaak ook op zondag. „Mijn vrienden zaten achter de meiden aan en ik zat achter de kazen.”

Klaas Schuitemaker spreekt 800 Zuid-Koreaanse kinderen toe (foto ...
Klaas Schuitemaker in Zuid-Korea in 2000

Klaas Schuitemaker zit aan zijn eettafel in het Noord-Hollandse Wervershoof, een dorp aan het IJsselmeer, en ontvangt in pak met een gestreepte stropdas. Aan de kast hangt zijn colbert met het logo van het Nederlands detachement uit de Koreaanse Oorlog (1950–1953), alvast voor de fotograaf. Zijn vrouw Cock (90) zet koffie met kaakjes op tafel.

Donderdag is het precies zeventig jaar geleden dat Noord-Koreaanse troepen de grens met Zuid-Korea overstaken, in de hoop het hele schiereiland te herenigen onder dictator Kim Il-sung. Bijna lukte dat, maar een VN-troepenmacht schoot op het nippertje te hulp. Zestien landen hielpen daarbij en leverden militairen, van de Verenigde Staten, Turkije en Colombia tot het Verenigd Koninkrijk en Australië. Nederland stuurde 4.748 vrijwilligers.

De VN-troepen drongen de Noord-Koreanen terug, de 38ste breedtegraad over – in 1945 de grens tussen beide Korea’s. Toen de troepenmacht doorstootte om het Kim-regime af te zetten, kwam het China van Mao Zedong te hulp. De VN-legers werden terug naar de grens gedrongen en daar modderde de oorlog nog twee jaar voort.

Nederlanders in de Korea-oorlog | IsGeschiedenis

Bittere kou en zinderende hitte

In die patstelling diende Klaas Schuitemaker in Korea, van september 1952 tot de wapenstilstand in juli 1953. Bittere kou in de winter, hitte in de zomer, en onbegaanbaar, bergachtig terrein. „Als de knapste koppen van de wereld de slechtst mogelijke locatie hadden moeten aanwijzen voor een oorlog, hadden ze unaniem gekozen voor Korea”, citeert hij de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Dean Acheson. „Ik kom als ik dood ben vast in de hemel, want in de hel ben ik al geweest”, schreef de Nederlandse veteraan Willi de Vries.

De jonge Schuitemaker was van 1948 tot 1949 al uitgezonden naar Nederlands-Indië. Na terugkomst had hij spijt dat hij niet in dienst was gebleven. Toen hij las dat vrijwilligers werden gezocht om naar Korea te gaan, meldde hij zich meteen. „Ik hoopte mijn oude maten en de sfeer van toen terug te vinden. Mijn Indië-tijd was mijn glorietijd, ik was er gelukkig. Het land, de natuur, de mensen, de manier van leven en de collegialiteit met die club – prachtig. En de tegenstanders waren bang voor ons, wij niet voor hen.”

Zo vertrok de 24-jarige Schuitemaker op 28 augustus 1951 met 103 andere mannen aan boord van de USNS General S. D. Sturgis vanuit Rotterdam naar de haven van Busan in Zuid-Korea. „We werden verwelkomd door een grote militaire band met vrolijke muziek.” Ze stapten op een trein zonder ramen en deuren, vol kogelgaten, zongen We gaan nog niet naar huis.

„Maar heel wat jongens kwamen nooit meer thuis”, vertelt Schuitemaker. 122 Nederlanders sneuvelden in Korea, onder wie commandant Marinus den Ouden. Vijf Nederlanders zijn nog altijd vermist.

Veteranen vragen Rutte om lichamen in Noord-Korea vermiste ...

Korea was geen Indië, ontdekte Schuitemaker al snel. In Korea werd „een brute, harde oorlog” gevoerd, een klassieke loopgravenoorlog. Schuitemaker belandde aan het front bij Yoke, de verst vooruitgeschoven voorpost. „Het was een overmaatse molshoop, een puist van niks.” Hij zat in een ondersteuningspeloton en vuurde granaten af op Noord-Koreaanse en Chinese stellingen.

Het moment dat hem het meest is bijgebleven, is de nacht van 23 op 24 december. Aan de zijkant van de bunker waarin Schuitemaker zich schuilhield, ontplofte een granaat. „Eén meter hoger en Korea was ook voor mij het einde geweest.” De Chinezen hadden eerder die dag met luidsprekers in het Duits omgeroepen dat ze met Kerst de overwinningsparade in Seoul zouden lopen. „Het toeval wilde dat wij precies op de route lagen, dus ze zouden langs ons moeten. Wij vonden het blufpoker.”

Het Nederlandse peloton kreeg die nacht zeshonderd granaten van het Chinese leger om de oren. Zand en modder stoven omhoog, terwijl de Nederlandse militairen zaten ingegraven.

Granaten herkennen

In zijn ‘tweede frontperiode’ kwam Schuitemaker terecht op een observatiepost, de ‘S2’. Toen werd gevraagd wie de S2 wilde doen, zei hij in een opwelling ‘ik’, zonder te weten wat het inhield. „Als ik dat had geweten, had ik het nooit gedaan. Ik kon heel ver en veel zien, maar de vijand kon mij ook zien. Ik stond op een markant punt, in m’n eentje.”

Daar moest hij bij inkomend vuur doorgeven welk type granaat het was. Dat kon hij horen: een grote knal was 122mm, kleinere knal 86mm. Met een kompas bepaalde hij uit welke richting de granaat kwam en hij moest schatten op welk kaartcoördinaat ze terechtkwamen.

korea oorlog nederland - Google zoeken | Koreaanse oorlog, Oorlog ...

In februari 1953 vuurden Chinese troepen granaten in de richting van Schuitemakers post. Hij was gegevens aan het doorseinen, toen ineens een 122mm-granaat landde, op vier meter afstand. „Ik had een granaatscherf in mijn linkerbil, die zit er nog altijd in. Ik bloedde als een rund en ben naar de commandopost gehinkeld.” Hij lag een maand in een hospitaal, maar toen hij werd ontslagen, liep hij nog mank – gelukkig ging dat over.

De rest van zijn diensttijd werd hij geweermaker, een baan waarvoor hij een stuk achter de frontlijn lag. „Dan dacht je dat je veilig was, maar soms sloegen er zware artilleriegranaten in ons kamp. Je was nergens veilig.” Ook niet toen ze hoorden dat 27 juli 1953 om 22.00 uur een wapenstilstand zou ingaan. Tot op de dag van het staakt-het-vuren ging het schieten door, bij de laatste patrouille kwamen nog zeven Nederlanders om bij een Chinese aanval.

Schuitemaker vertrouwde de afspraken niet, de onderhandelingen waren vaker stukgelopen. „Om tien uur ’s avonds dachten we: nú komt de grote aanval. Maar het bleef stil, er werd geen schot gelost. Twee dagen later begon ik aan de terugreis.”

Overladen met cadeaus

Terug in Nederland kon Klaas Schuitemaker aan de slag als beroepsmilitair. Hij nam contact op met Tiny, met wie hij voor vertrek verkering had en met wie hij via brieven in Korea contact had gehouden. In juli 1954 trouwden ze. Maar anderhalve maand later ging het mis, toen Schuitemaker in een busje richting Zaandam reed om zes mitrailleurs op te halen. Tiny zat voorin naast de bestuurder, ze moest naar haar baan bij een banketbakker in Alkmaar. Schuitemaker zat achterin. „Vlak voor Alkmaar kregen we een ongeluk, de bestuurder knalde op de auto voor ons.” Tiny kwam om het leven. Schuitemaker is stil. „Twintig jaar oud.”

Korea kwam pas weer in beeld toen hij door de veteranenvereniging werd uitgenodigd voor een reis naar Zuid-Korea – hij was inmiddels met pensioen. Hij bezocht het land in 2000, 2010 en 2017. Eenmaal mocht zijn kleinzoon Peter (36) mee, die Koreaans studeerde. Klaas was onder de indruk van de miljoenenstad Seoul: „Het was zo modern, terwijl de stad tijdens de oorlog meerdere keren kapotgeschoten is. Er was echt niks meer van vroeger, maar dan ook niks. Als je ziet hoe rijk het nu is, krijg ik daar een goed gevoel bij: ik heb mijn steentje bijgedragen om dat mogelijk te maken.”

Nederlandse militairen werden vergeten na Koreaanse oorlog ...

Schuitemaker hield een trauma over aan zijn uitzending naar Indië. Dat ontdekte hij pas veertig jaar later: „Dan lag ik in bed en was ik weer op patrouille.” Hij was als verkenner een keer enkele tientallen meters voor de rest van de patrouille uit, toen de groep beschoten werd. Schuitemaker bleef liggen, en toen het vuur afzwakte, liep hij een stuk naar voren een heuvel op, om het terrein voor zich te kunnen overzien. „Een meter voor me springt ineens iemand omhoog”, herinnert hij zich, „het bleek een jochie van een jaar of tien, twaalf.”

Schuitemaker verlamde van schrik. Niemand had het zien gebeuren. „Ik heb gezwegen als het graf, ik dacht: niemand zal het ooit weten. Totdat ik niet meer kon slapen.” Na zijn pensioen ging hij op aanraden van andere oud-veteranen in therapie bij een psycholoog.

Ook Korea laat hem niet meer los: „Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. Ik ben er continu mee bezig, maar dat hindert me niet. Hooguit mijn vrouw, ze zegt weleens: hou er maar over op.” Bewonderend: „Zuid-Korea was een derdewereldland. Ze kregen hulp en gingen aan het werk. Inmiddels zijn ze van derdewereldland naar hulpgevend land gegaan.”

Hij voelt nog altijd de dankbaarheid van de Zuid-Koreaanse overheid én bevolking. „Je wordt de hemel in geprezen en overladen met cadeaus als je daar bent.” Of ze hoeven niets te betalen in een winkel. Hij was met een andere veteraan in een rolstoel op het treinstation van Seoul toen een oudere Zuid-Koreaanse man op hen afliep en ze een pakketje in de handen drukte. „Dank u wel, dank u wel, zei hij in het Koreaans – en weg was hij weer. Hadden we ineens een tas met mooie nieuwe handdoeken.”

Die dankbaarheid leeft minder bij de Nederlandse overheid, merkt Klaas. „We staan niet bovenaan de lijst, we staan vaak helemaal niet op de lijst – we zijn lang een vergeten bataljon geweest.” Dat is niet uniek Nederlands: de Koreaanse Oorlog wordt de ‘Vergeten Oorlog’ genoemd, omdat die vergeleken met de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog relatief weinig aandacht kreeg.

Steekt het niet dat de oorlog eindigde zoals hij begon, met twee gescheiden Korea’s en nog altijd een totalitair regime in Noord-Korea? „Het is goed dat we daar waren, heel goed zelfs. Als Zuid-Korea onder de voet was gelopen, neem ik aan dat Taiwan later ook gevallen was. En dan wil ik nog weleens weten hoe het met Japan was gegaan. Dan had de wereld er nu heel anders uitgezien.”

KOREAOORLOG: DE NEDERLANDSE INBRENG

Nederland stuurde 4.748 militairen naar Korea, allemaal vrijwilligers. Het was het enige land in de Koreaanse Oorlog waarvan de oppercommandant sneuvelde: Marinus den Ouden (1909–1951).

Er vielen tijdens de oorlog 122 Nederlandse doden en 645 Nederlandse gewonden. Vijf vrijwilligers worden officieel nog altijd vermist. Ze liggen in Noord-Koreaans grondgebied. Er is veel gelobbyd om de stoffelijke overschotten terug te krijgen. De veteranenstichting heeft premier Rutte in 2018 een brief geschreven met de vraag of hij contact wil leggen met Kim Jong-un om die stoffelijke overschotten terug te krijgen.

De meeste gesneuvelde Nederlandse militairen zijn niet in hun moederland begraven, maar op het ereveld Tanggok in Busan, Zuid-Korea.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 25 juni 2020 in nrc.next en NRC Handelsblad

Bij Oog op Morgen over Koreaanse Oorlog

Het was donderdag 25 juni precies zeventig jaar geleden dat de Koreaanse Oorlog begon, een oorlog die tot vandaag de dag voortduurt. Er waren ook duizenden Nederlanders betrokken bij deze bloedige strijd, waar miljoenen doden bij vielen. Tóch is het de meest vergeten oorlog van de twintigste eeuw. Ik vertelde erover bij Met ’t Oog op Morgen:

Luister / bekijk hier de uitzending terug.

Nederlanders in de Korea-oorlog

Door een tikfout VN-sancties tegen Noord-Korea schenden

Het is ieder jaar weer een vaste ergernis voor de VN-commissie die moet toezien op naleving van de sancties tegen Noord-Korea. Wéér blijkt voor miljarden illegaal te zijn gehandeld met Pyongyang, dat ondertussen onafgebroken doorgaat met het produceren van kernwapens en het schenden van mensenrechten. Ook in het laatste jaarlijkse rapport van de VN-Veiligheidsraad bleek het weer raak.

Het verslag noemt 25 landen die mogelijk VN-sancties geschonden hebben. Zuid-Afrika zei van niets te weten en beloofde de zaak uit te zoeken. China, dat Noord-Korea al sinds afkondiging van de strafmaatregelen helpt om die te omzeilen, zei dat sommige genoemde leveringen humanitaire hulpgoederen betroffen. Vijf landen bleken echter gewoon doodleuk in hun transportdocumenten te hebben toegegeven verboden producten van de dictatuur te hebben afgenomen. Opmerkelijk: de vaste handelspartners van Pyongyang halen normaliter juist de meest creatieve trucs uit om hun sporen uit te wissen.

Die vijf landen hadden echter wel een heel bijzonder verweer: er was een tikfout gemaakt, van slechts één letter zelfs. Op het douaneformulier bleek het verkeerde Korea te zijn ingevuld. Op dergelijke documenten worden de namen van de landen niet voluit geschreven, maar wordt een universele code gebruikt van de Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO). Dat systeem moet voorkomen dat in verschillende talen en landen uiteenlopende codes en afkortingen gebruikt worden.

De ISO stelt niet alleen een lijst op met codes voor landen, maar ook voor valuta, talen, tijdsaanduidingen en een hele reeks aan typen goederen.

Bij de Korea’s wordt verwarring niet voorkomen, maar juist veroorzaakt door het codesysteem. Noord-Korea is KP, Zuid-Korea is KR. Een van de landen die opgaf machines waarop een embargo geldt naar het dictatoriale land te hebben gestuurd was nota bene Duitsland, dat momenteel het roulerend voorzitterschap bekleedt van de VN-sanctiecommissie. De andere tikfouten werden begaan door Brazilië, Kazachstan, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, die juist opgaven voor flinke bedragen te hebben geïmporteerd uit Noord-Korea. Laatstgenoemde twee landen zouden daarmee óók nog EU-sancties schenden.

De vijf landen zeiden verder geen clandestiene handel te drijven met Noord-Korea. Overigens zal de VN-commissie de zaak rondom de tikfouten niet hoog opnemen. Er zijn namelijk nog genoeg landen die wél daadwerkelijk stiekem handelsbetrekkingen onderhouden met Pyongyang. Om die verboden goederenstromen te ontdekken, is wat meer nodig dan het nakijken van een tikfout op een douaneformulier.

Dit artikel is geschreven voor de rubriek ‘In de Wereld’ van De Groene Amsterdammer

Gesprek met FD

Ik sprak met Anouk Eigenraam van het Financieele Dagblad over de geruchten rond de afwezigheid van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un:

Lees hier het artikel op de website van het FD.

Buurlanden Noord-Korea verdeeld over aanpak Kim

In het Chinese Chengdu zitten dinsdag China, Japan en Zuid-Korea om tafel. Hoog op de agenda: Noord-Korea en een handelsconflict.

De weer oplaaiende Noord-Koreaanse dreiging domineert de agenda in Chengdu. Het regime van Kim Jong-un heeft de Verenigde Staten een deadline gegeven tot het einde van het jaar om met een doorbraak in de vastgelopen onderhandelingen over de brug te komen, het liefst in de vorm van sanctieverlichting. Eerder deze maand dreigde Pyongyang dat de VS zelf bepalen welk „kerstcadeau” ze krijgen, waarmee het communistische bewind hint op een raketlancering.

Lees hier mijn hele analyse: Buurlanden Noord-Korea verdeeld over aanpak Kim

2019-12-23-BUI1-kimsoldaten-2-FC-V-web

Keuringsdienst van Waarde

Ik sprak op NPO 3 bij Keuringsdienst van Waarde kort over de baard van Sinterklaas, die mogelijk deels in Noord-Korea is vervaardigd. Hier terug te zien:

De baard van Sinterklaas

still-daan1

Luxe Mercedessen vanuit Rotterdamse haven naar Kim Jong-un verscheept

Zeker twee Mercedes-luxemodellen van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un zijn verscheept vanuit de haven van Rotterdam. Dat blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse Center for Advanced Defense Studies. Uit het onderzoeksrapport blijkt ook dat zeker negentig landen luxegoederen naar Noord-Korea hebben geëxporteerd, veel meer dan tot nu toe werd aangenomen.

De uit Rotterdam vervoerde luxeauto’s betreffen een Maybach S62 en een Maybach S600 Pullman Guard, respectievelijk een half miljoen en 1,6 miljoen dollar in waarde. De wagens werden in juni 2018 op een containerschip geladen, dat koers zette naar het Chinese Dalian. Dat bleek echter niet het eindstation: via een reeks havens in Zuid-Korea, Japan en Rusland eindigden de auto’s uiteindelijk in Noord-Korea.

7dd58cfb-dcaf-409b-9f3b-53a9b51a55b0

De containers werden geëxporteerd door Slavenburg & Huyser, een in Rotterdam gevestigde rederij-agent en expediteur. De vracht werd „destijds te goeder trouw geëxporteerd in de hoedanigheid van expediteur via de Chinese rederij Cosco vanaf Rotterdam naar Dalian, alwaar onze verantwoordelijkheid en zicht op de containers stopte”, zo liet directeur Leo Poot donderdag tegenover NRC weten. „Wij wisten niet dat de containers uiteindelijk naar Noord-Korea zouden gaan. Als wij dat van tevoren hadden geweten, hadden we de opdracht nooit geaccepteerd.”

Eerder liet Daimler, producent van de auto’s, weten geen idee te hebben hoe Kim Jong-un aan hun producten is gekomen. ,,Voor Daimler is de correcte uitvoer van producten in overeenstemming met de wet een fundamenteel principe van verantwoorde bedrijfsvoering”. Eerder dit jaar werd in de Rotterdamse haven een lading met 90.000 flessen wodka bedoeld voor het Noord-Koreaanse regime onderschept.

Na aankomst in het Chinese Dalian voer het schip met de Mercedessen door naar het Japanse Osaka en vervolgens naar het Zuid-Koreaanse Busan. In die havens werden de containers niet geopend voor inspectie. In Busan werd de vracht geladen op het schip DN5505, dat op 1 oktober 2018 uit de haven vertrok richting de haven van Nachodka aan de Russische oostkust, op een steenworp van Vladivostok. Het vaartuig zou naar schatting op 5 oktober op de plaats van bestemming arriveren.

Nog voor het schip Zuid-Koreaanse wateren verlaten had, werd de AIS-transponder aan boord uitgeschakeld. Dit apparaat zendt met een ultrakortegolfsignaal de locatie, snelheid en identiteit van het schip uit, waardoor het via de satelliet gevolgd kan worden. Achttien dagen lang was de DN5505 van de radar. Toen de transponder op 19 oktober weer aanging, voer het schip weer in de buurt van Busan. De auto’s waren inmiddels van boord, het schip vervoerde nu een vracht antraciet.

Ondertussen arriveerden in de periode dat het schip de sensor uit had staan drie Noord-Koreaanse vrachtvliegtuigen in het Russische Vladivostok. De toestellen vervoeren vaker de auto’s van Kim Jong-un tijdens buitenlandse staatsbezoeken, maar doen normaal nooit Vladivostok aan. Aangenomen wordt dat de auto’s vanuit het Russische Verre Oosten naar Pyongyang zijn gevlogen. Drie maanden later werd Kim Jong-un voor het eerst gespot in de Maybach S600.

De DN5505 voer onder de vlag van Togo, maar is eigendom van een bedrijf gevestigd op de Marshalleilanden, met een Russische directeur en een Chinese veiligheidsmanager. Het inzetten van verschillende nationale jurisdicties bij vrachtvervoer is een klassieke tactiek om exportembargo’s te omzeilen.
Het is sinds oktober 2006 verboden om luxegoederen naar Noord-Korea te exporteren. Die maand voerde het communistische land zijn eerste kernproef uit. Ondanks de vele sancties exporteerden tussen 2015 en 2017 zeker negentig landen luxeproducten naar Noord-Korea.

In de dertien daaropvolgende jaren volgden meer sanctiepakketten, met name in 2017. Dat jaar testte het communistische land een waterstofbom en meerdere intercontinentale raketten. Hoewel Kim Jong-un sindsdien meerdere tops heeft gehad met staatshoofden uit de VS, China, Zuid-Korea en Rusland en heeft beloofd toe te werken naar ,,denuclearisering van het Koreaanse schiereiland” zijn de VN-sancties tegen zijn land nog altijd van kracht.

Een eerdere, kortere versie van dit artikel verscheen op 17 juli 2019 in NRC Handelsblad en op nrc.nl .

Necrologie Eric Talmadge (1962 – 2019)

In Noord-Korea rijden zo weinig auto’s dat wanneer er eens eentje langs zoeft politieagenten en militairen in de houding schieten en het voertuig salueren. In zo’n luxetransportmiddel moet immers wel een hoge pief zitten. In de zes jaar dat journalist Eric Talmadge door het land reed, werd hij door tal van soldaten gesalueerd. Als Amerikaan nog wel, in Noord-Korea staatsvijand nummer één, ze moesten eens weten. Vorige maand overleed Talmadge op 57-jarige leeftijd in Tokio aan een hartaanval.

Dergelijke reportages waren tekenend voor Talmadge, de enige westerse journalist die semi-permanent verslag deed vanuit Noord-Korea. De Amerikaan nam in 2013 de leiding over van het hoofdkantoor van persbureau AP in Pyongyang, tot voor kort het enige westerse medium met een bureau in Noord-Korea. Direct was Talmadge duidelijk wat hem te doen stond: niet zozeer kernproeven en propaganda analyseren, maar zijn aanwezigheid in het communistische land gebruiken om de levens, gedachten en verlangens van gewone Noord-Koreanen te tonen.

Met die missie wist Talmadge vermoedelijk meer mensen te bereiken via zijn fotokanaal op Instagram dan met zijn gedetailleerde reportages voor AP. De journalist plaatste beelden van burgers die aan het strand mosselen bakten op brandende benzine, van fabrieken voor zeep en kimchi in Pyongyang en van kapperszaken en ontharingssalons. Talmadge berichtte ook graag over het eten dat hij aantrof in het land, van Koreaanse pannenkoek en lokale vissoep tot junk food en – jawel –hondenvlees. Zijn populairste video, met meer dan een miljoen weergaven, toont hoe Noord-Koreanen reizen via de diepste metrolijn ter wereld. Het gewone leven dus. Uiteraard ook veel foto’s van marcherende militairen en van mensenmassa’s voor standbeelden van de Kim-dynastie: het politieke is nu eenmaal óók persoonlijk in Noord-Korea.

Dit bericht bekijken op Instagram

People-watching in the Pyongyang subway

Een bericht dat is gedeeld door @ erictalmadge op

Het gewone Noord-Koreaanse leven maakt ook de hoofdmoot uit van Talmadges geschreven werk, dat zich kenmerkt door droge humor. Zo schreef hij een reportage over een winkelcentrum waarin naast grote flatscreens struisvogelhuid, “neo-Viagra” en energy drink werden verkocht. Hij bezocht een worstenfabriek en ’s wereld grootste nooit in gebruik genomen gebouw (een hotel van 105 verdiepingen). Ook omschreef hij kleine culturele veranderingen, zoals de opkomst van een Noord-Koreaanse “K-popband” en de populariteit van hippe sneakers.

Soms bleek Talmadges aanwezigheid in Noord-Korea zelfs contraproductief voor berichtgeving over actuele ontwikkelingen. Toen het Koryo-hotel in Pyongyang in brand vloog zweeg AP in alle talen, terwijl concurrent Reuters wél actueel nieuws over de brand had en zelfs toeristen in Noord-Korea wist te spreken. In 2014 stortte een appartementencomplex in Pyongyang in, waarbij tientallen mensen om het leven kwamen. AP berichtte erover vanuit Seoul, terwijl het Noord-Koreaanse AP-filiaal op enkele minuten rijden van de plek des onheils lag. Talmadge verklaarde dat hij op het moment van het ongeluk niet in Pyongyang was en dat toen hij terugkwam niemand hem over de instorting vertelde.

De keuze van AP om een kantoor in Pyongyang te openen is de afgelopen jaren niet zonder kritiek gebleven. Zo stelde de specialistische website NKNews dat AP vanuit Pyongyang bewust vrijwel niet bericht over Kim Jong-un, dat de Noord-Koreanen waarmee AP werkt worden aangeleverd door de staat en dat exclusieve interviews met Amerikaanse politieke gevangenen niet gepubliceerd werden – om het regime niet tegen de schenen te schoppen. AP reageerde dat ze inderdaad werken met Noord-Koreaanse ‘journalisten’, aangezien dit verplicht is in het land. Het persbureau ontkent echter staatspropaganda of andere feitelijke onjuistheden te hebben bericht vanuit Pyongyang. Talmadge merkte verder op dat hij vrij kon opschrijven wat hij wilde en dat geen enkel artikel van hem ooit gescreend was door een censor.

Talmadge werd in 1962 geboren in Renton, een voorstad van Seattle. Als scholier ging hij op uitwisseling naar Japan, waar hij zich na zijn afstuderen als journalist in de jaren tachtig zou vestigen. Vóór zijn AP-tijd schreef hij voor Japanse media over Noord-Korea, en duidde hij voor Japanse tv-zenders ontwikkelingen in het land. Talmadge was een fervent bowler en wist op reportages op de meest afgelegen plekken in Azië nog een bowlingbaan te vinden. De journalist hield zich verder bezig met mediteren, hardlopen, zwemmen en fietsen. Het was hem niet toegestaan zich onafgebroken in Pyongyang te vestigen. Elke maand reisde Talmadge vanuit Japan naar Noord-Korea en bleef hij daar tien dagen – of zo lang als het bewind het hem toestond.

Talmadge hekelde mensen die een eenzijdig beeld schetsten van Noord-Korea. “Denk nooit dat je Noord-Korea werkelijk begrijpt”, zei hij tegen een collega. “Het heeft meer hoeken dan alle plekken waar ik ooit geweest ben.” In het gesloten land behield Talmadge zijn journalistieke nieuwsgierigheid, die hem ertoe dreef om altijd toegang proberen te krijgen tot nieuwe locaties – zelfs als hij al honderd keer nul op het rekest had gehad. “Ik ben er verrast en op zekere manier gerustgesteld, om te zien hoe gewone Noord-Koreanen geven om dezelfde zaken als iedereen: hun familie, hun financiën, hun gezondheid en hun vrienden”, zei hij in 2015.

Het werken in Noord-Korea beïnvloedde ook hoe Talmadge zijn thuissituatie in Japan waardeerde. “Elke keer […] denk ik dan: ik kan overal heengaan waar ik wil”, aldus de journalist. “Dat zie ik al niet meer als vanzelfsprekend”.

Collega Justin McCurry, correspondent van The Guardian in Japan, schreef dat journalisten die Noord-Korea vanuit andere delen van Oost-Azië coveren, Talmadge veel verschuldigd zijn. Hij slaagde er volgens McCurry in ondanks „de beperkingen waaronder hij moest werken” om gewone Noord-Koreanen tot leven te wekken en het land een menselijk gezicht te geven. „Daarvoor zal ik hem altijd dankbaar zijn.”

Dit bericht bekijken op Instagram

Eric Talmadge, who succeeded me as AP’s bureau chief in charge of Pyongyang, would want you to remember him this way: as a bowling champ in a customized bowling shirt. . As foreign correspondents, we try to create “home” wherever we go, and there are crazy stories about what journalists bring with them; one of my predecessors as AP Seoul bureau chief (the late great Reid Miller) brought a grand piano while another (Chris Torchia) brought a ping pong table. (He would want you to know it’s called table tennis) . While we couldn’t bring grand pianos or ping pong tables to Pyongyang, I made my staff go ice skating as a way to “escape” from the pressures of life in North Korea. Eric’s thing was bowling. No matter where we were assigned — Guanghzhou, China, covering the Asian Games; Tokyo, covering the Fukushima fallout; Seoul, where he was sent to help me cover the sinking of the Cheonan warship, and North Korea, where I brought him to succeed me in running a tough operation — he made us go bowling. Sometimes, he even showed up with his own customized ball, shoes and shirt. . Here’s what I wrote in my letter to the North Koreans in requesting a visa to bring him with me in 2013: “Eric is a veteran correspondent who was born in the United States but has lived in Japan most of his life. I think you will find that in many ways, he is more Asian than American. He is interested in writing about sports and will help us with our Korean War coverage. And as David may have told you, he is a very avid bowler so I hope we can arrange some bowling excursions during his visit. I would like to bring him for one week and will send you the exact dates later today.” . Eric died of a heart attack at age 57 earlier today in Tokyo, where he was based. There aren’t many people suited to do what we did in North Korea. #NorthKorea was the culmination of his long career as a veteran foreign correspondent, a grueling assignment that he carried out with patience and stoicism. . We spent a lot of time in bowling alleys during our time reporting together over a decade long span. I’d like to think he’s scoring a few strikes right now in the Gold Lane of the afterlife.

Een bericht gedeeld door Jean Lee (@newsjean) op

Jean H. Lee, de eerste AP-chef in Pyongyang, postte na diens overlijden een foto van Talmadge, buiten de bowlingbaan van Pyongyang. “Dit is hoe hij graag herinnerd zou willen worden. […] Ik hoop dat hij nu strikes scoort in de Gold Lane van het hiernamaals.”

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 1 juni 2019 bij NRC