Noord-Koreaanse vluchteling opgepakt die naar thuisland probeerde te reizen

Een Noord-Koreaanse vluchteling die vanuit Zuid-Korea terug probeerde te keren naar zijn land van herkomst is gearresteerd. Dat heeft de Zuid-Koreaanse politie zondag laten weten. In juli reisde een Noord-Koreaanse vluchteling nog succesvol terug naar Noord-Korea.

De man die afgelopen week werd gearresteerd vluchtte in 2018 naar Zuid-Korea. Hij probeerde donderdag stiekem een militair oefengebied van een tankdivisie binnen te glippen bij het grensdorp Cheorwon, ten noordoosten van Seoul, om vandaaruit door te reizen naar Noord-Korea. Bij de poging werd hij gesnapt en opgepakt. De politie onderzoekt nu waarom hij naar Noord-Korea probeerde te gaan. Volgens de Zuid-Koreaanse Nationale Veiligheidswet is het illegaal om naar Noord-Korea te reizen zonder toestemming.

De verdachte, door de politie aangemerkt als ‘meneer A’, is een dertiger die op het moment van zijn vluchtpoging op donderdagochtend vier mobiele telefoons en een snijmachine bij zich had. Verder is niets over de man bekendgemaakt, behalve dat hij woonachtig was in Seoul.

Eerder Noord-Koreaan teruggekeerd

In juli reisde een 24-jarige Noord-Koreaanse vluchteling terug naar zijn geboorteland. Hij wist door te dringen tot een militair terrein en kroop via een rioolbuis naar de Han-rivier, die hij overzwom naar het Noord-Koreaanse vasteland. Eenmaal aangekomen reisde hij door naar de Noord-Koreaanse stad Kaesong, waar hij ontdekt werd. Er is een onderzoek ingesteld naar de Zuid-Koreaanse grenswachten die gestationeerd waren in het gebied.

De Noord-Koreaanse autoriteiten suggereerden in omfloerste bewoordingen dat de man mogelijk het coronavirus onder de leden had, waarna Kaesong in lockdown werd geplaatst. Sindsdien is niets meer van de man vernomen. Hoewel nooit is bevestigd dat hij inderdaad Covid-19 had, heeft Pyongyang sindsdien de veel gedane bewering dat het land coronavrij zou zijn niet meer geuit.

De afgelopen vijf jaar zijn volgens het Zuid-Koreaanse ministerie van Eenwording zeker elf Noord-Koreaanse vluchtelingen teruggekeerd naar hun land van herkomst. Er wonen meer dan 30.000 Noord-Koreaanse migranten in Zuid-Korea.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 20 september 2020 op de website van NRC.

Noord-Korea zet ‘soft power’ in met Engelssprekende vlogger

Wanneer aan Noord-Koreaanse propaganda wordt gedacht, ziet men al gauw militaire parades en agressief wapenvertoon voor zich. Een nieuwe Engelssprekende Noord-Koreaanse vlogger probeert een zachter beeld te tonen van het totalitaire land – overigens zonder veel succes.

Lees hier mijn artikel: Een luchtige kijk op Noord-Korea

Zuid-Korea bemoeilijkt ballonoplatingen naar het noorden

Het begon met twee niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) die via ballonnen vanuit Zuid-Korea hulpgoederen de grens over naar Noord-Korea vlogen. Inmiddels worden 109 ngo’s en 180 andere organisaties die zich op humanitair werk richting Noord-Korea richten onderzocht door de Zuid-Koreaanse overheid. Internationale mensenrechtenorganisaties spreken schande van de ‘klopjacht’.

Begin juni werden de ballonactivisten uitgemaakt voor ‘menselijk tuig’ door Kim Yo-jong, zus van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un. Slechts enkele uren later volgde kritiek van de Zuid-Koreaanse regering op de ballonoplatingen, die de toenaderingspogingen tot Pyongyang zouden frustreren en bovendien een gevaar vormen voor burgers die vlak bij de grens met Noord-Korea wonen. Het sturen van materiaal per ballon of per fles (via water) werd verboden op straffe van een jaar cel en van de twee meest prominente organisaties werd de ngo-status ontnomen. Daardoor verliezen ze fiscale voordelen en mogen ze geen inzamelingsacties meer houden, waardoor ze moeilijker aan fondsen komen. Later blies Noord-Korea een inter-Koreaans verbindingskantoor op om de boodschap kracht bij te zetten.

Al jaren laten ngo’s ballonnen op waaraan pamfletten, dollarbiljetten, voedsel, vitaminetabletten en usb-sticks met daarop buitenlandse films en series zijn bevestigd. Ook zijn er veel christelijke organisaties actief die bijbels oplaten, vaak ook vergezeld van hulpgoederen. Tot op heden konden deze ngo’s ongestoord hun werk doen, zonder geïntimideerd te worden door Zuid-Koreaanse autoriteiten.

Een bron nabij president Moon Jae-in, die zijn carrière nota bene begon als mensenrechtenadvocaat, verdedigt het beleid. “Wij moeten prioriteiten stellen en die zijn nu vrede, denuclearisering en het voorkomen van iedere vorm van militaire escalatie”, zei hij tegen VOA. “Voor ons zijn vrede en stabiliteit op het Koreaanse schiereiland een kwestie van nationale veiligheid”.

Deze redenering wordt betwist door onder meer de activisten, Koreadeskundigen en mensenrechtenorganisaties. ‘[Seoul] heeft een hele reeks bezwaren bedacht en ze trekken die een voor een uit de hoge hoed en hopen dat iets blijft plakken’, schrijft Phil Robertson van Human Rights Watch. ‘President Moon en zijn mensen zitten hier zo diep in dat ze niet langer redelijk zijn. Hun handelingen schenden nu de rechten die ze zelf eerder hebben helpen opbouwen’. Ook VN-rapporteur voor mensenrechten in Noord-Korea Tomas Ojea Quintana zegt niet blij de zijn met de Zuid-Koreaanse acties en heeft een gesprek met de regering aangevraagd.

Een lichtpuntje is dat twee ngo’s waarvan hun status ingetrokken werd een eerste rechtszaak hebben gewonnen tegen de overheid. Maar daarmee is het niet gedaan. De organisaties doen meer dan ballonnen oplaten, ze helpen ook vaak Noord-Koreanen veilig via China naar Zuid-Korea vluchten en helpen hen daar een nieuw leven op te bouwen. ‘Zelfs als al deze onderzoeken niets opleveren, kunnen reddingsnetwerken erdoor ontmanteld worden, vluchtroutes verdwijnen en ngo’s opgedoekt worden’, vertelt Lee Young-hwan van de Transitional Justice Working Group.

Een kortere versie van dit artikel verscheen op 19 augustus in De Groene Amsterdammer.

75 jaar Koreaanse opsplitsing: Hoe Noord- en Zuid-Korea uit elkaar dreven

Vandaag is het exact 75 jaar geleden dat Noord- en Zuid-Korea in twee landen werden opgedeeld. De opsplitsing was bedoeld voor maximaal vijf jaar, maar duurt driekwart eeuw later nog altijd voort. Wat heeft dit voor gevolgen gehad voor de bevolking en waardoor vond er nooit hereniging plaats? Lees hierover mijn artikel in Trouw:

Hoe Noord- en Zuid-Korea uit elkaar dreven

Foltering en honger in kampen Noord-Korea

Noord-Koreaanse vrouwen die tijdens een verblijf in China worden opgepakt en teruggestuurd, worden in detentiecentra in hun moederland fysiek en geestelijk mishandeld. Dat staat in een rapport van het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, waarvoor met meer dan 100 vrouwen werd gesproken. De slachtoffers kregen onder meer te maken met fysiek geweld, foltering, belediging, onnodige visitatie, verkrachting, ondervoeding, dwangarbeid en gedwongen abortus.

Lees hier mijn artikel

Noord-Korea kan eindelijk om hulp vragen in strijd tegen corona

Door een vluchteling verantwoordelijk te houden voor het binnenbrengen van corona, slaat Noord-Korea twee vliegen in één klap. Het land kan, zoals vaker, Zuid-Korea de schuld in de schoenen schuiven van binnenlandse problemen. Ook zet dit nieuws de deur open voor buitenlandse hulp, waar Pyongyang dringend behoefte aan heeft.

Lees hier mijn artikel: Noord-Korea kan eindelijk om hulp vragen in strijd tegen corona

Met Korea-veteraan bij OVT

Zondag 28 juni 2020 was ik samen met veteraan Klaas Schuitemaker (92) te gast bij geschiedenisprogramma OVT om te praten over de Koreaanse Oorlog (1950 – 1953), die afgelopen week 70 jaar geleden begon.

Het fragment is hier terug te luisteren:

Interview Nederlandse Korea-veteraan Klaas Schuitemaker (92). ‘Eén meter hoger en Korea was ook voor mij het einde geweest’

Klaas Schuitemaker ging in 1952 als vrijwilliger naar Korea. Hij hoopte dezelfde sfeer te vinden als eerder in Indië, maar belandde in „een brute, harde oorlog”.

In de lente van 1952 meldde Klaas Schuitemaker zich als vrijwilliger voor de eerste gewapende strijd in de Koude Oorlog. Wat telde, vertelt de 92-jarige veteraan, is dat we tegen het communisme gingen vechten. Wat ook hielp: er was weinig werk. En het werk dát hij deed – in de melkfabriek – was buffelen voor weinig geld. Zes dagen per week, vaak ook op zondag. „Mijn vrienden zaten achter de meiden aan en ik zat achter de kazen.”

Klaas Schuitemaker spreekt 800 Zuid-Koreaanse kinderen toe (foto ...
Klaas Schuitemaker in Zuid-Korea in 2000

Klaas Schuitemaker zit aan zijn eettafel in het Noord-Hollandse Wervershoof, een dorp aan het IJsselmeer, en ontvangt in pak met een gestreepte stropdas. Aan de kast hangt zijn colbert met het logo van het Nederlands detachement uit de Koreaanse Oorlog (1950–1953), alvast voor de fotograaf. Zijn vrouw Cock (90) zet koffie met kaakjes op tafel.

Donderdag is het precies zeventig jaar geleden dat Noord-Koreaanse troepen de grens met Zuid-Korea overstaken, in de hoop het hele schiereiland te herenigen onder dictator Kim Il-sung. Bijna lukte dat, maar een VN-troepenmacht schoot op het nippertje te hulp. Zestien landen hielpen daarbij en leverden militairen, van de Verenigde Staten, Turkije en Colombia tot het Verenigd Koninkrijk en Australië. Nederland stuurde 4.748 vrijwilligers.

De VN-troepen drongen de Noord-Koreanen terug, de 38ste breedtegraad over – in 1945 de grens tussen beide Korea’s. Toen de troepenmacht doorstootte om het Kim-regime af te zetten, kwam het China van Mao Zedong te hulp. De VN-legers werden terug naar de grens gedrongen en daar modderde de oorlog nog twee jaar voort.

Nederlanders in de Korea-oorlog | IsGeschiedenis

Bittere kou en zinderende hitte

In die patstelling diende Klaas Schuitemaker in Korea, van september 1952 tot de wapenstilstand in juli 1953. Bittere kou in de winter, hitte in de zomer, en onbegaanbaar, bergachtig terrein. „Als de knapste koppen van de wereld de slechtst mogelijke locatie hadden moeten aanwijzen voor een oorlog, hadden ze unaniem gekozen voor Korea”, citeert hij de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Dean Acheson. „Ik kom als ik dood ben vast in de hemel, want in de hel ben ik al geweest”, schreef de Nederlandse veteraan Willi de Vries.

De jonge Schuitemaker was van 1948 tot 1949 al uitgezonden naar Nederlands-Indië. Na terugkomst had hij spijt dat hij niet in dienst was gebleven. Toen hij las dat vrijwilligers werden gezocht om naar Korea te gaan, meldde hij zich meteen. „Ik hoopte mijn oude maten en de sfeer van toen terug te vinden. Mijn Indië-tijd was mijn glorietijd, ik was er gelukkig. Het land, de natuur, de mensen, de manier van leven en de collegialiteit met die club – prachtig. En de tegenstanders waren bang voor ons, wij niet voor hen.”

Zo vertrok de 24-jarige Schuitemaker op 28 augustus 1951 met 103 andere mannen aan boord van de USNS General S. D. Sturgis vanuit Rotterdam naar de haven van Busan in Zuid-Korea. „We werden verwelkomd door een grote militaire band met vrolijke muziek.” Ze stapten op een trein zonder ramen en deuren, vol kogelgaten, zongen We gaan nog niet naar huis.

„Maar heel wat jongens kwamen nooit meer thuis”, vertelt Schuitemaker. 122 Nederlanders sneuvelden in Korea, onder wie commandant Marinus den Ouden. Vijf Nederlanders zijn nog altijd vermist.

Veteranen vragen Rutte om lichamen in Noord-Korea vermiste ...

Korea was geen Indië, ontdekte Schuitemaker al snel. In Korea werd „een brute, harde oorlog” gevoerd, een klassieke loopgravenoorlog. Schuitemaker belandde aan het front bij Yoke, de verst vooruitgeschoven voorpost. „Het was een overmaatse molshoop, een puist van niks.” Hij zat in een ondersteuningspeloton en vuurde granaten af op Noord-Koreaanse en Chinese stellingen.

Het moment dat hem het meest is bijgebleven, is de nacht van 23 op 24 december. Aan de zijkant van de bunker waarin Schuitemaker zich schuilhield, ontplofte een granaat. „Eén meter hoger en Korea was ook voor mij het einde geweest.” De Chinezen hadden eerder die dag met luidsprekers in het Duits omgeroepen dat ze met Kerst de overwinningsparade in Seoul zouden lopen. „Het toeval wilde dat wij precies op de route lagen, dus ze zouden langs ons moeten. Wij vonden het blufpoker.”

Het Nederlandse peloton kreeg die nacht zeshonderd granaten van het Chinese leger om de oren. Zand en modder stoven omhoog, terwijl de Nederlandse militairen zaten ingegraven.

Granaten herkennen

In zijn ‘tweede frontperiode’ kwam Schuitemaker terecht op een observatiepost, de ‘S2’. Toen werd gevraagd wie de S2 wilde doen, zei hij in een opwelling ‘ik’, zonder te weten wat het inhield. „Als ik dat had geweten, had ik het nooit gedaan. Ik kon heel ver en veel zien, maar de vijand kon mij ook zien. Ik stond op een markant punt, in m’n eentje.”

Daar moest hij bij inkomend vuur doorgeven welk type granaat het was. Dat kon hij horen: een grote knal was 122mm, kleinere knal 86mm. Met een kompas bepaalde hij uit welke richting de granaat kwam en hij moest schatten op welk kaartcoördinaat ze terechtkwamen.

korea oorlog nederland - Google zoeken | Koreaanse oorlog, Oorlog ...

In februari 1953 vuurden Chinese troepen granaten in de richting van Schuitemakers post. Hij was gegevens aan het doorseinen, toen ineens een 122mm-granaat landde, op vier meter afstand. „Ik had een granaatscherf in mijn linkerbil, die zit er nog altijd in. Ik bloedde als een rund en ben naar de commandopost gehinkeld.” Hij lag een maand in een hospitaal, maar toen hij werd ontslagen, liep hij nog mank – gelukkig ging dat over.

De rest van zijn diensttijd werd hij geweermaker, een baan waarvoor hij een stuk achter de frontlijn lag. „Dan dacht je dat je veilig was, maar soms sloegen er zware artilleriegranaten in ons kamp. Je was nergens veilig.” Ook niet toen ze hoorden dat 27 juli 1953 om 22.00 uur een wapenstilstand zou ingaan. Tot op de dag van het staakt-het-vuren ging het schieten door, bij de laatste patrouille kwamen nog zeven Nederlanders om bij een Chinese aanval.

Schuitemaker vertrouwde de afspraken niet, de onderhandelingen waren vaker stukgelopen. „Om tien uur ’s avonds dachten we: nú komt de grote aanval. Maar het bleef stil, er werd geen schot gelost. Twee dagen later begon ik aan de terugreis.”

Overladen met cadeaus

Terug in Nederland kon Klaas Schuitemaker aan de slag als beroepsmilitair. Hij nam contact op met Tiny, met wie hij voor vertrek verkering had en met wie hij via brieven in Korea contact had gehouden. In juli 1954 trouwden ze. Maar anderhalve maand later ging het mis, toen Schuitemaker in een busje richting Zaandam reed om zes mitrailleurs op te halen. Tiny zat voorin naast de bestuurder, ze moest naar haar baan bij een banketbakker in Alkmaar. Schuitemaker zat achterin. „Vlak voor Alkmaar kregen we een ongeluk, de bestuurder knalde op de auto voor ons.” Tiny kwam om het leven. Schuitemaker is stil. „Twintig jaar oud.”

Korea kwam pas weer in beeld toen hij door de veteranenvereniging werd uitgenodigd voor een reis naar Zuid-Korea – hij was inmiddels met pensioen. Hij bezocht het land in 2000, 2010 en 2017. Eenmaal mocht zijn kleinzoon Peter (36) mee, die Koreaans studeerde. Klaas was onder de indruk van de miljoenenstad Seoul: „Het was zo modern, terwijl de stad tijdens de oorlog meerdere keren kapotgeschoten is. Er was echt niks meer van vroeger, maar dan ook niks. Als je ziet hoe rijk het nu is, krijg ik daar een goed gevoel bij: ik heb mijn steentje bijgedragen om dat mogelijk te maken.”

Nederlandse militairen werden vergeten na Koreaanse oorlog ...

Schuitemaker hield een trauma over aan zijn uitzending naar Indië. Dat ontdekte hij pas veertig jaar later: „Dan lag ik in bed en was ik weer op patrouille.” Hij was als verkenner een keer enkele tientallen meters voor de rest van de patrouille uit, toen de groep beschoten werd. Schuitemaker bleef liggen, en toen het vuur afzwakte, liep hij een stuk naar voren een heuvel op, om het terrein voor zich te kunnen overzien. „Een meter voor me springt ineens iemand omhoog”, herinnert hij zich, „het bleek een jochie van een jaar of tien, twaalf.”

Schuitemaker verlamde van schrik. Niemand had het zien gebeuren. „Ik heb gezwegen als het graf, ik dacht: niemand zal het ooit weten. Totdat ik niet meer kon slapen.” Na zijn pensioen ging hij op aanraden van andere oud-veteranen in therapie bij een psycholoog.

Ook Korea laat hem niet meer los: „Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. Ik ben er continu mee bezig, maar dat hindert me niet. Hooguit mijn vrouw, ze zegt weleens: hou er maar over op.” Bewonderend: „Zuid-Korea was een derdewereldland. Ze kregen hulp en gingen aan het werk. Inmiddels zijn ze van derdewereldland naar hulpgevend land gegaan.”

Hij voelt nog altijd de dankbaarheid van de Zuid-Koreaanse overheid én bevolking. „Je wordt de hemel in geprezen en overladen met cadeaus als je daar bent.” Of ze hoeven niets te betalen in een winkel. Hij was met een andere veteraan in een rolstoel op het treinstation van Seoul toen een oudere Zuid-Koreaanse man op hen afliep en ze een pakketje in de handen drukte. „Dank u wel, dank u wel, zei hij in het Koreaans – en weg was hij weer. Hadden we ineens een tas met mooie nieuwe handdoeken.”

Die dankbaarheid leeft minder bij de Nederlandse overheid, merkt Klaas. „We staan niet bovenaan de lijst, we staan vaak helemaal niet op de lijst – we zijn lang een vergeten bataljon geweest.” Dat is niet uniek Nederlands: de Koreaanse Oorlog wordt de ‘Vergeten Oorlog’ genoemd, omdat die vergeleken met de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog relatief weinig aandacht kreeg.

Steekt het niet dat de oorlog eindigde zoals hij begon, met twee gescheiden Korea’s en nog altijd een totalitair regime in Noord-Korea? „Het is goed dat we daar waren, heel goed zelfs. Als Zuid-Korea onder de voet was gelopen, neem ik aan dat Taiwan later ook gevallen was. En dan wil ik nog weleens weten hoe het met Japan was gegaan. Dan had de wereld er nu heel anders uitgezien.”

KOREAOORLOG: DE NEDERLANDSE INBRENG

Nederland stuurde 4.748 militairen naar Korea, allemaal vrijwilligers. Het was het enige land in de Koreaanse Oorlog waarvan de oppercommandant sneuvelde: Marinus den Ouden (1909–1951).

Er vielen tijdens de oorlog 122 Nederlandse doden en 645 Nederlandse gewonden. Vijf vrijwilligers worden officieel nog altijd vermist. Ze liggen in Noord-Koreaans grondgebied. Er is veel gelobbyd om de stoffelijke overschotten terug te krijgen. De veteranenstichting heeft premier Rutte in 2018 een brief geschreven met de vraag of hij contact wil leggen met Kim Jong-un om die stoffelijke overschotten terug te krijgen.

De meeste gesneuvelde Nederlandse militairen zijn niet in hun moederland begraven, maar op het ereveld Tanggok in Busan, Zuid-Korea.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 25 juni 2020 in nrc.next en NRC Handelsblad

Bij Oog op Morgen over Koreaanse Oorlog

Het was donderdag 25 juni precies zeventig jaar geleden dat de Koreaanse Oorlog begon, een oorlog die tot vandaag de dag voortduurt. Er waren ook duizenden Nederlanders betrokken bij deze bloedige strijd, waar miljoenen doden bij vielen. Tóch is het de meest vergeten oorlog van de twintigste eeuw. Ik vertelde erover bij Met ’t Oog op Morgen:

Luister / bekijk hier de uitzending terug.

Nederlanders in de Korea-oorlog

De schijndood van Kim Jong-un

Hij zou volgens sommige bronnen een hartoperatie hebben ondergaan, hersendood zijn of zelfs zijn overleden. Anderen meenden weer dat hij uit angst voor een coronabesmetting bij een van zijn lijfwachten in quarantaine zat. En terwijl een Noord-Koreaanse vluchteling die sinds kort in het Zuid-Koreaans parlementslid zit op vrijdagochtend 1 mei nog beweerde voor ‘99 procent zeker te weten’ dat de dood van Kim Jong-un dat weekend bekendgemaakt zou worden, dook de Noord-Koreaanse leider later die dag doodleuk op tijdens een bezoek aan een kunstmestfabriek. Hij oogde niet ongezonder dan normaal.

Hoe kan het dat drie weken afwezigheid van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un het wereldnieuws beheerste? Wat zegt dit over onze fascinatie voor het “mysterieuze” Noord-Korea? Ik zocht het uit voor De Groene Amsterdammer:

Lees hier het artikel voor De Groene: De schijndood van Kim Jong-un

Een aangepaste (en iets langere) versie verscheen bij het Belgische MO*:

Lees hier het artikel voor MO*: Waarom is Kim Jong-un wereldnieuws wanneer hij drie weken zijn gezicht niet laat zien?