Luxe Mercedessen vanuit Rotterdamse haven naar Kim Jong-un verscheept

Zeker twee Mercedes-luxemodellen van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un zijn verscheept vanuit de haven van Rotterdam. Dat blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse Center for Advanced Defense Studies. Uit het onderzoeksrapport blijkt ook dat zeker negentig landen luxegoederen naar Noord-Korea hebben geëxporteerd, veel meer dan tot nu toe werd aangenomen.

De uit Rotterdam vervoerde luxeauto’s betreffen een Maybach S62 en een Maybach S600 Pullman Guard, respectievelijk een half miljoen en 1,6 miljoen dollar in waarde. De wagens werden in juni 2018 op een containerschip geladen, dat koers zette naar het Chinese Dalian. Dat bleek echter niet het eindstation: via een reeks havens in Zuid-Korea, Japan en Rusland eindigden de auto’s uiteindelijk in Noord-Korea.

7dd58cfb-dcaf-409b-9f3b-53a9b51a55b0

De containers werden geëxporteerd door Slavenburg & Huyser, een in Rotterdam gevestigde rederij-agent en expediteur. De vracht werd „destijds te goeder trouw geëxporteerd in de hoedanigheid van expediteur via de Chinese rederij Cosco vanaf Rotterdam naar Dalian, alwaar onze verantwoordelijkheid en zicht op de containers stopte”, zo liet directeur Leo Poot donderdag tegenover NRC weten. „Wij wisten niet dat de containers uiteindelijk naar Noord-Korea zouden gaan. Als wij dat van tevoren hadden geweten, hadden we de opdracht nooit geaccepteerd.”

Eerder liet Daimler, producent van de auto’s, weten geen idee te hebben hoe Kim Jong-un aan hun producten is gekomen. ,,Voor Daimler is de correcte uitvoer van producten in overeenstemming met de wet een fundamenteel principe van verantwoorde bedrijfsvoering”. Eerder dit jaar werd in de Rotterdamse haven een lading met 90.000 flessen wodka bedoeld voor het Noord-Koreaanse regime onderschept.

Na aankomst in het Chinese Dalian voer het schip met de Mercedessen door naar het Japanse Osaka en vervolgens naar het Zuid-Koreaanse Busan. In die havens werden de containers niet geopend voor inspectie. In Busan werd de vracht geladen op het schip DN5505, dat op 1 oktober 2018 uit de haven vertrok richting de haven van Nachodka aan de Russische oostkust, op een steenworp van Vladivostok. Het vaartuig zou naar schatting op 5 oktober op de plaats van bestemming arriveren.

Nog voor het schip Zuid-Koreaanse wateren verlaten had, werd de AIS-transponder aan boord uitgeschakeld. Dit apparaat zendt met een ultrakortegolfsignaal de locatie, snelheid en identiteit van het schip uit, waardoor het via de satelliet gevolgd kan worden. Achttien dagen lang was de DN5505 van de radar. Toen de transponder op 19 oktober weer aanging, voer het schip weer in de buurt van Busan. De auto’s waren inmiddels van boord, het schip vervoerde nu een vracht antraciet.

Ondertussen arriveerden in de periode dat het schip de sensor uit had staan drie Noord-Koreaanse vrachtvliegtuigen in het Russische Vladivostok. De toestellen vervoeren vaker de auto’s van Kim Jong-un tijdens buitenlandse staatsbezoeken, maar doen normaal nooit Vladivostok aan. Aangenomen wordt dat de auto’s vanuit het Russische Verre Oosten naar Pyongyang zijn gevlogen. Drie maanden later werd Kim Jong-un voor het eerst gespot in de Maybach S600.

De DN5505 voer onder de vlag van Togo, maar is eigendom van een bedrijf gevestigd op de Marshalleilanden, met een Russische directeur en een Chinese veiligheidsmanager. Het inzetten van verschillende nationale jurisdicties bij vrachtvervoer is een klassieke tactiek om exportembargo’s te omzeilen.
Het is sinds oktober 2006 verboden om luxegoederen naar Noord-Korea te exporteren. Die maand voerde het communistische land zijn eerste kernproef uit. Ondanks de vele sancties exporteerden tussen 2015 en 2017 zeker negentig landen luxeproducten naar Noord-Korea.

In de dertien daaropvolgende jaren volgden meer sanctiepakketten, met name in 2017. Dat jaar testte het communistische land een waterstofbom en meerdere intercontinentale raketten. Hoewel Kim Jong-un sindsdien meerdere tops heeft gehad met staatshoofden uit de VS, China, Zuid-Korea en Rusland en heeft beloofd toe te werken naar ,,denuclearisering van het Koreaanse schiereiland” zijn de VN-sancties tegen zijn land nog altijd van kracht.

Een eerdere, kortere versie van dit artikel verscheen op 17 juli 2019 in NRC Handelsblad en op nrc.nl .

Necrologie Eric Talmadge (1962 – 2019)

In Noord-Korea rijden zo weinig auto’s dat wanneer er eens eentje langs zoeft politieagenten en militairen in de houding schieten en het voertuig salueren. In zo’n luxetransportmiddel moet immers wel een hoge pief zitten. In de zes jaar dat journalist Eric Talmadge door het land reed, werd hij door tal van soldaten gesalueerd. Als Amerikaan nog wel, in Noord-Korea staatsvijand nummer één, ze moesten eens weten. Vorige maand overleed Talmadge op 57-jarige leeftijd in Tokio aan een hartaanval.

Dergelijke reportages waren tekenend voor Talmadge, de enige westerse journalist die semi-permanent verslag deed vanuit Noord-Korea. De Amerikaan nam in 2013 de leiding over van het hoofdkantoor van persbureau AP in Pyongyang, tot voor kort het enige westerse medium met een bureau in Noord-Korea. Direct was Talmadge duidelijk wat hem te doen stond: niet zozeer kernproeven en propaganda analyseren, maar zijn aanwezigheid in het communistische land gebruiken om de levens, gedachten en verlangens van gewone Noord-Koreanen te tonen.

Met die missie wist Talmadge vermoedelijk meer mensen te bereiken via zijn fotokanaal op Instagram dan met zijn gedetailleerde reportages voor AP. De journalist plaatste beelden van burgers die aan het strand mosselen bakten op brandende benzine, van fabrieken voor zeep en kimchi in Pyongyang en van kapperszaken en ontharingssalons. Talmadge berichtte ook graag over het eten dat hij aantrof in het land, van Koreaanse pannenkoek en lokale vissoep tot junk food en – jawel –hondenvlees. Zijn populairste video, met meer dan een miljoen weergaven, toont hoe Noord-Koreanen reizen via de diepste metrolijn ter wereld. Het gewone leven dus. Uiteraard ook veel foto’s van marcherende militairen en van mensenmassa’s voor standbeelden van de Kim-dynastie: het politieke is nu eenmaal óók persoonlijk in Noord-Korea.

Dit bericht bekijken op Instagram

People-watching in the Pyongyang subway

Een bericht dat is gedeeld door @ erictalmadge op

Het gewone Noord-Koreaanse leven maakt ook de hoofdmoot uit van Talmadges geschreven werk, dat zich kenmerkt door droge humor. Zo schreef hij een reportage over een winkelcentrum waarin naast grote flatscreens struisvogelhuid, “neo-Viagra” en energy drink werden verkocht. Hij bezocht een worstenfabriek en ’s wereld grootste nooit in gebruik genomen gebouw (een hotel van 105 verdiepingen). Ook omschreef hij kleine culturele veranderingen, zoals de opkomst van een Noord-Koreaanse “K-popband” en de populariteit van hippe sneakers.

Soms bleek Talmadges aanwezigheid in Noord-Korea zelfs contraproductief voor berichtgeving over actuele ontwikkelingen. Toen het Koryo-hotel in Pyongyang in brand vloog zweeg AP in alle talen, terwijl concurrent Reuters wél actueel nieuws over de brand had en zelfs toeristen in Noord-Korea wist te spreken. In 2014 stortte een appartementencomplex in Pyongyang in, waarbij tientallen mensen om het leven kwamen. AP berichtte erover vanuit Seoul, terwijl het Noord-Koreaanse AP-filiaal op enkele minuten rijden van de plek des onheils lag. Talmadge verklaarde dat hij op het moment van het ongeluk niet in Pyongyang was en dat toen hij terugkwam niemand hem over de instorting vertelde.

De keuze van AP om een kantoor in Pyongyang te openen is de afgelopen jaren niet zonder kritiek gebleven. Zo stelde de specialistische website NKNews dat AP vanuit Pyongyang bewust vrijwel niet bericht over Kim Jong-un, dat de Noord-Koreanen waarmee AP werkt worden aangeleverd door de staat en dat exclusieve interviews met Amerikaanse politieke gevangenen niet gepubliceerd werden – om het regime niet tegen de schenen te schoppen. AP reageerde dat ze inderdaad werken met Noord-Koreaanse ‘journalisten’, aangezien dit verplicht is in het land. Het persbureau ontkent echter staatspropaganda of andere feitelijke onjuistheden te hebben bericht vanuit Pyongyang. Talmadge merkte verder op dat hij vrij kon opschrijven wat hij wilde en dat geen enkel artikel van hem ooit gescreend was door een censor.

Talmadge werd in 1962 geboren in Renton, een voorstad van Seattle. Als scholier ging hij op uitwisseling naar Japan, waar hij zich na zijn afstuderen als journalist in de jaren tachtig zou vestigen. Vóór zijn AP-tijd schreef hij voor Japanse media over Noord-Korea, en duidde hij voor Japanse tv-zenders ontwikkelingen in het land. Talmadge was een fervent bowler en wist op reportages op de meest afgelegen plekken in Azië nog een bowlingbaan te vinden. De journalist hield zich verder bezig met mediteren, hardlopen, zwemmen en fietsen. Het was hem niet toegestaan zich onafgebroken in Pyongyang te vestigen. Elke maand reisde Talmadge vanuit Japan naar Noord-Korea en bleef hij daar tien dagen – of zo lang als het bewind het hem toestond.

Talmadge hekelde mensen die een eenzijdig beeld schetsten van Noord-Korea. “Denk nooit dat je Noord-Korea werkelijk begrijpt”, zei hij tegen een collega. “Het heeft meer hoeken dan alle plekken waar ik ooit geweest ben.” In het gesloten land behield Talmadge zijn journalistieke nieuwsgierigheid, die hem ertoe dreef om altijd toegang proberen te krijgen tot nieuwe locaties – zelfs als hij al honderd keer nul op het rekest had gehad. “Ik ben er verrast en op zekere manier gerustgesteld, om te zien hoe gewone Noord-Koreanen geven om dezelfde zaken als iedereen: hun familie, hun financiën, hun gezondheid en hun vrienden”, zei hij in 2015.

Het werken in Noord-Korea beïnvloedde ook hoe Talmadge zijn thuissituatie in Japan waardeerde. “Elke keer […] denk ik dan: ik kan overal heengaan waar ik wil”, aldus de journalist. “Dat zie ik al niet meer als vanzelfsprekend”.

Collega Justin McCurry, correspondent van The Guardian in Japan, schreef dat journalisten die Noord-Korea vanuit andere delen van Oost-Azië coveren, Talmadge veel verschuldigd zijn. Hij slaagde er volgens McCurry in ondanks „de beperkingen waaronder hij moest werken” om gewone Noord-Koreanen tot leven te wekken en het land een menselijk gezicht te geven. „Daarvoor zal ik hem altijd dankbaar zijn.”

Dit bericht bekijken op Instagram

Eric Talmadge, who succeeded me as AP’s bureau chief in charge of Pyongyang, would want you to remember him this way: as a bowling champ in a customized bowling shirt. . As foreign correspondents, we try to create “home” wherever we go, and there are crazy stories about what journalists bring with them; one of my predecessors as AP Seoul bureau chief (the late great Reid Miller) brought a grand piano while another (Chris Torchia) brought a ping pong table. (He would want you to know it’s called table tennis) . While we couldn’t bring grand pianos or ping pong tables to Pyongyang, I made my staff go ice skating as a way to “escape” from the pressures of life in North Korea. Eric’s thing was bowling. No matter where we were assigned — Guanghzhou, China, covering the Asian Games; Tokyo, covering the Fukushima fallout; Seoul, where he was sent to help me cover the sinking of the Cheonan warship, and North Korea, where I brought him to succeed me in running a tough operation — he made us go bowling. Sometimes, he even showed up with his own customized ball, shoes and shirt. . Here’s what I wrote in my letter to the North Koreans in requesting a visa to bring him with me in 2013: “Eric is a veteran correspondent who was born in the United States but has lived in Japan most of his life. I think you will find that in many ways, he is more Asian than American. He is interested in writing about sports and will help us with our Korean War coverage. And as David may have told you, he is a very avid bowler so I hope we can arrange some bowling excursions during his visit. I would like to bring him for one week and will send you the exact dates later today.” . Eric died of a heart attack at age 57 earlier today in Tokyo, where he was based. There aren’t many people suited to do what we did in North Korea. #NorthKorea was the culmination of his long career as a veteran foreign correspondent, a grueling assignment that he carried out with patience and stoicism. . We spent a lot of time in bowling alleys during our time reporting together over a decade long span. I’d like to think he’s scoring a few strikes right now in the Gold Lane of the afterlife.

Een bericht gedeeld door Jean Lee (@newsjean) op

Jean H. Lee, de eerste AP-chef in Pyongyang, postte na diens overlijden een foto van Talmadge, buiten de bowlingbaan van Pyongyang. “Dit is hoe hij graag herinnerd zou willen worden. […] Ik hoop dat hij nu strikes scoort in de Gold Lane van het hiernamaals.”

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 1 juni 2019 bij NRC